Ondanks "Zorgwet"gouden toekomst voor het s.b.o.!

De Zorgwet komt met grote passen op de basisscholen af. Deze wet verplicht schoolbesturen om alle leerlingen een passende vorm van onderwijs aan te bieden. Het is een soort van vervolg op het hele Weer Samen Naar School gebeuren. Uiteindelijk allemaal bedoeld om flink te bezuinigen over de hoofden van de extra hulpbehoevende zorgleerlingen en de leerkrachten, die deze extra zorg moeten verlenen.

In 2011 moet het allemaal geregeld zijn. Zo veel mogelijk kinderen met zo veel mogelijk verschillend niveaus en zo veel mogelijk verschillende aandoeningen, achterstanden, afwijkingen en remmingen , koste wat kost handhaven op de reguliere basisschool. En als dat dan echt niet meer kan, omdat leerkrachten, zwaar overspannen hun persoonlijke ziekteverzuimrecords aan het breken zijn, dan mag de school diep door het stof om het eigen falen aan de wereld bekend te maken. Met een beetje geluk krijg je zo’n kind dan, meestal jaren te laat, op een onderwijssoort waar het veel beter al meteen naar toe had kunnen gaan.


Resultaat van dit deel van het beleid is , dat we een aantal s.bo. ( speciaal basisonderwijs) scholen waarschijnlijk gaan opheffen.
Gelukkig snelt de overheid die s.b.o. scholen nu op geheel andere wijze te hulp. Veel basisscholen tellen bij de eindresultaten op de CITO eindtoets hun L.W.O.O. (Leerweg Ondersteunend Onderwijs) leerlingen niet mee. Dat doen ze uit concurrentieoverwegingen. Die L.W.O.O. leerlingen halen de gemiddelde schoolstandaardscore namelijk stevig omlaag. En drie jaar laag scoren betekent, dat je als school in een extra verzwaard inspectieonderzoek terecht komt. Dat wil je niet! Toch? Kost je ook nog eens nieuwe aanmeldingen, want de inspectie zet dan allemaal rode blokjes op het internet bij jouw school. Zo kunnen ouders snel zien, dat jouw school er een flinke puinhoop van maakt.

Nu heeft de inspectie ( lees overheid) bepaald dat alle scholen verplicht hun LWOO leerlingen ook nog eens de CITO eindtoets moeten laten maken. Los van het feit, dat je zo de zwakkeren onder de leerlingen nog een drie dagen extra met te moeilijke opgaven treitert, zorg je er zo voor, dat die scholen nu natuurlijk op allerlei manieren zullen proberen om eventuele kandidaat L.W.O.O-ers zo vroeg mogelijk kwijt te raken. Dus vanaf groep 4 of 5 zullen we zien, dat er een flinke toename komt van verwijzingen naar het s.b.o.

Ach , het bleek ook al uit het recent verschenen rapport over de rol van de politiek in het onderwijsbeleid. Als je mensen , die er geen verstand van hebben de spelregels laat bedenken, dan wil het nog wel eens een tegengesteld effect hebben.
14-02-08

Het ideaal!

Passend onderwijs . Een groot goed. Een fantastisch plan, dat werkelijk niets, maar dan ook niets te maken heeft met bezuinigingen. Het heeft alles te maken met het zo lang mogelijk binnen de muren van de reguliere school opvangen van leerlingen met een speciale onderwijs en/of opvoedingsbehoefte.  

Het is immers goed voor de ‘normale’, doorsnee leerling om rechtstreeks kennis te maken met de ADHD-er in alle gradaties, de PDD-NOSser, wat dat ook moge zijn, de ADD-er, die een H mist, de kinderen met het syndroom van Down, de neurotische kinderen, de manisch depressieve kinderen, de autisten van velerlei pluimage en wat er verder nog aan veelvoud van al dan niet gediagnosticeerde , getroebleerden in onze maatschappij rondloopt.

Voor al deze kinderen geldt op hun beurt, dat zij er volgens ons ( d.w.z. de maatschappij) gebaat bij zijn om zo lang mogelijk te profiteren van de voordelen van het reguliere onderwijs.

En dan krijgen zij les . Natuurlijk krijgen zij les. En wel van hoog opgeleide, leerkrachten, die er in hun vierjarige PABO-opleiding immers bewust voor hebben gekozen om om te gaan met deze enorme diversiteit aan uitdagende probleemleerlingen. Er is geen plaats meer voor de klas voor de M.B.O-er zoals de vroegere kleuterleidsters. De moderne leerkracht schoolt zich immers voortdurend bij. Minstens elk jaar, twee of drie cursussen over gedragsproblematiek, didactisch handelen bij oppositioneel gedrag of remediërend onderwijs voor leerlingen met een IQ rond de 80 of lager.

De moderne leerkracht schrijft per week voor al die kinderen gemiddeld 3.2 handelingsplannen en deelt de groep op minstens 3 instructieniveaus in. In de praktijk natuurlijk liever meer. Tien of zo! De samenstelling van die groepen verschilt uiteraard per vakgebied. De groepsplannen , die elke 4 weken worden gemaakt , liegen er niet om en als je in de klas bij deze leerkrachten komt kijken, dan zie je een geoliede machine van zelfstandig werkende, gedisciplineerde leerlingen, die elkaar helpen, nooit onnodige vragen stellen en braaf op hun beurt wachten, totdat de leerkracht tijd voor hen heeft.

Naast de drie uur voorbereiding , die de leerkracht dagelijks uitvoert en de minstens 2 uur evaluatie en correctie,voert de leerkracht ook nog minstens elke dag één oudergesprek, praat de IB-er bij over de gemaakte vorderingen en zit elke maand minstens 4 keer bij een zorgteam vergadering.  

Ach over de andere vergaderingen, werkgroepen, sporttoernooien, festiviteiten etc. hoef ik het niet te hebben. Die horen immers ook vanzelfsprekend tot het werk.

En elke week komen de medewerkster van Weer Samen Naar School, de schoolmaatschappelijk werkster, pre-ambulante begeleider, de medewerker van het Centrum voor Jeugd en gezin, de leerkracht intensief begeleiden in dit boeiende werk met een zo’n uitdagende diversiteit aan deugnietjes. De leerkracht wordt bekeken, betast, bekritiseerd (positief natuurlijk), geadviseerd, gecorrigeerd (positief uiteraard) en indien nodig professioneel af geserveerd.

De leerkracht voelt zich de koning te rijk met zoveel expertise om zich heen.

Ja, het moge aan een ieder duidelijk zijn, dat leerkracht zijn in deze tijd van passend onderwijs een genade Gods genoemd mag worden.

(C)Burro 14 april 2013

Passend onderwijs volgens de CED.

Het Centrum Educatieve Dienstverlening , voorheen de Onderwijs Begeleidings Dienst is een commercieel bedrijf, dat vele goede producten aan het onderwijs biedt. Mijn schooltje heeft daar in de afgelopen jaren ook vaak van mogen profiteren. Natuurlijk ‘springt ‘ zo’n instituut in op de actuele ontwikkelingen in het onderwijs en wil onderwijsland daarbij graag ondersteunen.

In hun laatste informatieblad, “klasseApart” maken de dames Wilma Peulen en Mirella van Minderhout stevig reclame voor de mogelijkheden, die het CED heeft om scholen te begeleiden. Zij onderkennen, dat de werkvloer nog heel gereserveerd en sceptisch staat tegenover de invoering van het Passend Onderwijs.

“ Volgens de beide dames is het van groot belang, dat de werkvloer bij dit ontwikkelingsproces betrokken wordt. Dat zal lastig worden want “zij zien hun invloedssfeer niet”. Er ontstaat een gevoel van ‘mission impossible’ in het onderwijs en dat is misschien nog wel terecht ook. “

Maar daar gaan de dames natuurlijk toch tegenin. “De oplossing zal liggen in het feit, dat de verantwoordelijken op alle onderwijsniveaus gaan werken aan visieontwikkeling. En dat hoeft echt geen jaren te duren. Goed nadenken over je doelen en vervolgens reflecteren om vast te stellen wat nodig is om die doelen te bereiken. Die aanpak geeft rust en ruimte!”

Als voorbeeld geven de dames ,” dat je beter de methodedoelen aan de kant kunt zetten. Je kunt veel beter uitgaan van wat je met je leerlingen wilt bereiken en daarbij kies je dan het leeraanbod. Vervolgens deel je de kinderen in naar behoefte naar een intensief of een zorgarrangement, een basisarrangement of een verrijkingsarrangement.” Oh! Ik vergat in de haast nog te melden, dat het daarbij wel zeer noodzakelijk is om met een helikopterview te kijken naar hetgeen er gaande is en wat er nog ontbreekt.

“Ter afsluiting kunnen we nog tevreden melden, dat er op alle niveaus nog een wereld te winnen valt en dat de leerkrachten zich zo verantwoordelijk voelen, dat zij daarbij over hun fysieke grenzen heengaan! “

Wat dit laatste trouwens betekent is mij niet geheel helder. Is dat net zoiets als zonder elastiek gaan bungeejumpen?
(25-5-2013)

Passend ONWIJS!!

Door het hele land zijn momenteel allerlei samenwerkingsverbanden bezig onafhankelijk van elkaar , het wiel uit te vinden. Vele tonnen aan euro’s worden uitgegeven aan het vergaderen, informeren, opnieuw vergaderen , stukken schrijven, vergaderen, stukken herschrijven, afstemmen, finetunen en opnieuw voorlichten.


En dat allemaal omdat het meest afzichtelijke gedrocht uit de koker van onze landelijke bezuinigers in 2014 van start moet.
De Wet op het Passend Onderwijs , die bedoeld is om het aantal verwijzingen naar s.b.o. en s.o. drastisch te reduceren, dwingt ons ertoe om vele pagina’s dikke plannen te schrijven en ondersteuningsprofielen, ondersteuningsplannen, ondersteuningsprotocollen en meer van die bureaucratische rotzooi. Het doet menig oudgediende in het onderwijs terug denken aan de enorme luchtzak, die we vroeger moesten maken, nl. het schoolwerkplan. Iets dat ook uren en uren en dus veel geld kostte en al na twee jaar werd vervangen door een dunner boekje.

En nu zijn we aan het opschrijven waarom de school één kind met het syndroom van Down nog wel kan ‘handelen’ en waarom twee toch echt te veel zijn. En ook schrijven we op, dat we niet meer dan één kind met ADHD en één met Asperger en één met PDD-NOS willen hebben en dat alleen als er verder tenminste geen dyslect met gedragsproblemen in de klas zit. Want dan gaan die gemaakte afspraken niet door.

Een overal komen directeuren van de samenwerkingsverbanden aan directeuren van scholen uitleggen, dat hun teams toch echt dringend moeten worden nageschoold, want zo’n kind met gedragsproblematiek kun je met je gewone PABO-diploma echt niet begeleiden. Nee! Als die leerkrachten dit soort leerlingen hadden willen begeleiden, dan hadden ze wel in het s.b.o. of het s.o. gesolliciteerd!

Je wordt er momenteel knettergek van. De ZAT’s, ZOT,s , OT’s en meer van die geweldige bespreekclubs rijzen bij honderdtallen tegelijk op uit de drassige onderwijsbodem. Meerdere malen moet een leerkracht tijdens zijn les uit de groep gehaald worden voor zo’n zorgteambespreking, want de schoolmaatschappelijk werker heeft voor dit ZOT alleen tijd van tien tot elf en de ouders kunnen ook alleen dan en… en… Geen probleem, de directeur zorgt wel voor tijdelijke opvang van de klas. Dat geeft niks, want het ging daar toch al niet goed.

En wat volgens mij nog het meest achterlijke van deze gang van zaken is? In elke regio gaat het anders! Nergens komt men tot een echt samenhangende aanpak. Ik zei het al. Overal wordt het wiel opnieuw uitgevonden. En al dat werk voor de invoering van een wet, waarvan de Algemene Rekenkamer al lang heeft aangetoond, dat er niet genoeg geld voor beschikbaar is.

En in een stompzinnige, kritiekloze murw geslagen optocht loopt het hele onderwijs in ons klompenlandje , als hersenloze lemmingen recht op de afgrond af

(17-10-2013)

En we roepen maar...

Passend onderwijs. Niemand in het onderwijs gelooft erin. Mensen, die er verstand van hebben melden, dat het te duur is, er te weinig menskracht beschikbaar is, de teams niet voldoende geschoold zijn, enz. enz. En we roepen maar en we mopperen wat en de politiek veegt alle deskundigen in de afvoerput en doet wat ze wil.


Opbrengstgericht onderwijs. Niemand weet precies wat het is. Meer toetsen? En met welke toetsen? Onderwijs op drie niveaus? En hoe dat te combineren met dat passend onderwijs? We luisteren verbijsterd naar de onderwijsgoeroes. Maar eigenlijk zijn we het er niet mee eens. . En we roepen maar en we mopperen wat en de politiek veegt alle deskundigen in de afvoerput en doet wat ze wil.

Meer scholen afrekenen op de eindopbrengsten. Een jaar een onvoldoende gemiddelde citoscore en daar gaat je schooltje. De inspectie denkt dat de cito eindtoets er erg geschikt voor is. De minister ook! Alle echte deskundigen met het cito zelf voorop, roepen dat het niet kan en dat het een oneigenlijk gebruik is van die toets.  En we roepen maar en we mopperen wat en de politiek veegt alle deskundigen in de afvoerput en doet wat ze wil.

Echt waar. Alle deskundigen stellen vraagtekens bij het beleid van Sander en zijn onzichtbare bazin. Maar ze trekken zich er niets van aan. Als die twee niet een overduidelijke aandoening in het autistisch spectrum hebben, dan weet ik het ook niet meer.

Afvoeren, die twee. Plaatsen op een S.O. school. De rest van het onderwijs heeft er last van.
En we roepen maar en we mopperen wat en de politiek veegt alle deskundigen in de afvoerput en doet wat ze wil.

(08-11-2013)

W.S.N.S.++++

Ik krab me te veel op mijn hoofd. Ze hebben me nog gewaarschuwd dat maar niet te doen. "Burro pas op! Je wordt er kaal van !" . Inmiddels ben ik bijna kaal. Tja, wie niet luisteren wil….


Ma ja, wie krabt zich nu niet op het hoofd , als je kijkt naar de steeds verder denderende WSNS - trein ? Weer samen naar School , ooit ontstaan als instrument om de enorme groei van het speciaal onderwijs te remmen. Er gingen immers veel te veel kinderen naar deze relatief , te dure vormen van onderwijs.

Dus … onder het mom van " de basisscholen moeten betere zorg en zorg op maat leveren" , werd er een enorme batterij aan extra maatregelen en voorschriften op het onderwijs losgelaten. De schoolmeester of - juf van vroeger kon meestal al op grond van ervaring zeer snel bepalen of een kind in de groep extra zorg nodig had. En als die zorg buiten de mogelijkheden van de school viel, dan was het genoeg om te bellen met de directeur van een LOM, MLK en of ZMLK school. Die directeur kon meestal zelf al bepalen of het een leerling voor zijn school betrof. Die directeur mocht dat ook, want hij had een daarop toegespitste opleiding genoten.

Momenteel , als gevolg van WSNS, moet een kind met leer- en/of opvoedingsproblemen eerst uitgebreid worden getest op niveau 0. Daarna moeten er lijvige rapporten en handelingsplannen worden gefabriceerd. Vervolgens moet er binnen de school extra formatie worden vrijgemaakt om deze leerling een of twee keer een half uurtje extra Remedial teaching te geven . Als na een week of wat blijkt, dat dit niet voldoende werkt, dan mag alles nog eens opnieuw. Indien dat nog niet de oplossing biedt , mag je iemand van buitenaf 'inhuren' om er eens naar te kijken. Meestal is dat een duur betaald iemand van een Onderwijs Begeleidingsdienst. Die doet ook weer een of meerdere onderzoeken. Een psycholoog kan ook nog worden ingehuurd en daarna maken we weer een handelingsplan. U snapt het al ; we gaan weer een paar weken extra oefenen. Inmiddels wordt het dossier van het 'slachtoffertje in kwestie' steeds dikker. We hebben een flinke stofmap nodig. Inmiddels krab ik steeds harder op mijn hoofd.

Indien dit alles niet helpt, wordt het tijd om de C.L.Z te hulp te roepen. Deze Commissie Leerlingen Zorg stuurt een nieuw persoon op onze leerling af. De school moet 'met de billen' bloot. Alle dossiers, handelingsplannen, onderzoeksgegevens etc. worden door de CLZ-ter kritisch bekeken en meestal mag het een en ander opnieuw worden uitgevoerd. De CLZ-ter praat met ouders, leerkrachten, IB-ers, externe hulpverleners en ook wel met het kind zelf. In veel gevallen concludeert de CLZ, dat er nu maar eens P.A.B. op het kind moet worden losgelaten. Deze Preventief Ambulante Begeleiding houdt in , dat er weer een andere hulpverlener in beeld komt. De PAB-er gaat de leerkracht helpen om dat te doen wat de leerkracht daarvoor niet zelf kon en nu blijkbaar wel. In deze fase krab ik meestal heeel hard.

Als het vanaf dit moment nog niet lukt, dan is het meestal de schuld van de school ! De school kan immers niet leveren, wat al die externe deskundigen zouden willen. Om nu nog verder te kunnen met onze leerling, moet de school het boetekleed aantrekken en heel hard roepen " Wij zijn handelingsverlegen !!!"

In dit geval moet de school nog wel de CLZ overtuigen met weer allerlei dossiers, verslagen, handelingsplannen, testresultaten , gespreksverslagen etc., etc.

Met een beetje geluk gaat de CLZ nu adviseren om de P.C.L. in te schakelen. Deze club heeft de macht om te adviseren een leerling naar het speciaal onderwijs te verwijzen. Overigens moet er dan nog wel worden aangemeld. Tja en dan heb je kans, dat ons ' inmiddels anderhalf jaar oudere slachtoffertje' op de wachtlijst komt, want de s.o. en s.b.o. scholen mogen niet meer leerlingen aannemen dan is voorgeschreven.

De reguliere basisschool heeft inmiddels wel kapitalen extra moeten uitgeven aan de zorg voor dit ene kind. Let wel , ik vind dat elk kind alle zorg verdient, die het maar kan krijgen. Maar zou het niet eens kunnen zijn, dat alles wat effectiever kan ? In het geval , dat ons 'slachtoffertje van WSNS' ook nog eens een kind met een ernstige gedragsstoornis betreft, hebben ook de klasgenootjes, anderhalf jaar lang hinder hiervan gehad. Zou het niet zo kunnen zijn, dat in bepaalde gevallen , het al in een vroeg stadium helder is, dat het om een s.o. of een s.b.o. kind gaat ?
Een ding is zeker !

W.S.N.S. is beslist geen bezuinigingsmaatregel van het Ministerie. Die WSNS besturen in ons land , het bijbehorende administratie apparaat , die extra medewerkers, CLZ-ters, PAB-ers enz, worden allemaal mede betaald uit de formatieoverdracht van de aangesloten scholen. De extra inzet van IB-ers, RT-ers op de reguliere basisscholen wordt ook betaald uit de formatie van de scholen.

Wacht even. Dit voorgaande stukje klopt niet… Hoe zit het nu? Wel / Niet bezuinigen…
Ja, ja ik hou al op met krabben !

© Burro Holanda 2004

Dylan is gek!

De klas kijkt verbaasd als ik voor de rij kom staan. “Waar is de juf? Is ze ziek? Hebben wij u, meester Burro?” Ik leg hen uit, dat de juf naar de dokter moet. Voor controle. Veel kinderen in deze groep 5 weten , wat dat woord betekent. Ze weten zelfs, dat het van oorsprong een Frans woord is. We babbelen even over Frankrijk en vakantie. Dylan doet niet mee. Het valt me meteen op, dat hij voortdurend met een stukje stof zit te rommelen. Intussen kijkt hij af en toe uit zijn ooghoeken naar mij. Dit gaat ook tijdens de rekeninstructie gewoon door.


Als de klas dan aan de verwerking moet beginnen staat Dylan opeens naast me. “Meester, mag ik naar het kamertje van juf Maartje? Ik kan daar veel beter werken. In de klas is het te druk voor mij en het is dan rustiger in mijn hoofd.” Ik weet van deze aanpak, maar ben nieuwsgierig naar de gevolgen van het afwijken ervan. Ik ben immers een vreemde voor hem. “Nee hoor Dylan. Blijf maar gewoon in de groep. Die je best en kom vragen als je iets niet begrijpt.” Hij gaat terug naar zijn groepje.

Ik help een paar andere kinderen en zie voortdurend, dat Dylan niets doet. Hij wriemelt met zijn lapje. Kinderen in zijn groepje komen met klachten. “Hij maakt gekke geluidjes meester. Hij zit met zijn lapje te spelen. Hij is gek meester. Ik kan zo niet werken.” Ik zet Dylan apart.

Na vijf minuten loop ik langs zijn tafel. Even kijken of hij al iets heeft gedaan. De vloer onder zijn tafel ligt bezaaid met snippers. Hij bukt zich over zijn schrift. Hij heeft eerst met potlood zijn hele schrift onder geklad en heeft vervolgens rondom overal stukjes uit de bladzijde geknipt.

Ik vraag hem rustig of dat al zo was in een vorige les of dat hij dat nu heeft gedaan? Zijn antwoord is er één uit pure angst. “Nee meester, dat was vorige week al zo!” Het jochie kan in paniek de consequenties van zijn daad en van zijn antwoord niet inschatten. Hij is overduidelijk doodsbenauwd voor mij. Hierna krijg ik geen woord meer uit hem. Hij kijkt met een soort van flauwe glimlach schuin naar mij omhoog en wrijft zich aan een stuk door zuchtend in de handen. Wat een brokje ellende zit daar toch! Mijn hart breekt. Mijn verstand geeft me geen goede raad . Ik weet eerlijk niet hoe ik verder met hem moet.

“Joh, Dylan. Wil je de rest van de sommen in een nieuw schrift in het kamertje van juf Maartje maken? “ Dylan knikt en vertrekt . Als ik een paar minuten later door het raampje kijk, zie ik Dylan op zijn knieën op de grond zitten. Hij blaast een snippertje papier voor zich uit over de grond.
25-9-2009

Maak een Gratis Website met JouwWeb